zondag 10 januari 2016

Hoofdstuk 2 Moet je nou eens kijken!
deel 10

Het was vroeg in de morgen. De klok van de Grote Kerk sloeg zeven keer en Simon Florian werd wakker naast zijn slapende vrouw. Hij stond voorzichtig op, waste zijn gezicht, nek en handen in de wastafel, kleedde zich aan en liep zachtjes, om Dora en Igor niet wakker te maken, de trap af. Daar stak hij een sigaret op, smeerde wat boterhammen, deed die in een trommeltje, pakte z'n tas in, schoot z'n jas aan en ging om half acht de deur uit. Het was nog donker.

Hij liep de Nieuwe Haven af richting Groothoofd en Merwekade, waar hij met het pontveer naar de overkant zou varen, naar de belastingdienst in Papendrecht, een dorpje aan de andere kant van het water van de Merwede en de Noord. Bij het Groothoofd aangekomen keek hij altijd even naar de blote rechterborst van de Dordtse Stedemaagd, voordat hij de kade opliep. Aan het eind daarvan stond de veerboot te wachten die hem naar het bedompte belastingkantoor zou brengen. Hij deed daar vervangende dienstplicht, omdat hij dienst had geweigerd.

'Wakker worden, lieverd,' zei Dora tegen kleine Igor.

Ze was wakker geworden van de voordeur die in het slot viel toen Simon naar z'n werk ging. Igor was niet zoals andere kinderen al vroeg wakker. Ze moest hem altijd wekken, anders sliep hij gewoon door alles heen.
Hij sloeg z'n ogen open en glimlachte naar haar. Ze pakte hem uit z'n wieg en waste hem in de kamer in een klein badje met warm water. Ze deed hem kleertjes aan en ging toen zichzelf even wassen. Aan de wastafel. Een douche hadden ze niet, wel een bad, maar in de badkamer was het altijd verschrikkelijk koud. Ze gingen maar één keer in de week in bad.
Nadat zij ook aangekleed was, nam ze Igor op haar arm en liep met hem de trap af naar de woonkamer. Daar legde ze hem in de wieg, at een paar boterhammen en dronk een kopje thee. Net toen ze de ontbijtspullen stond op te ruimen en aan de was wilde beginnen, werd er aan de voordeur gebeld. Het was dokter de Korte die bijna elke dag kwam kijken hoe het met Igor was. Dora vertelde dat z'n ogen eindelijk open waren gegaan.
'Mooi, heel mooi,' zei de arts nadenkend en ook een beetje afwezig. 'Laat me het jochie eens bekijken...'
Dora haalde Igor uit de wieg en gaf hem aan dokter de Korte. Igor lachte een beetje. Z'n oogjes waren spleetjes en z'n beentjes bewogen energiek op en neer, alsof hij ochtendgymnastiek aan het doen was.
'Hij heeft er wel zin in vandaag, zo te zien,' zei Dora lachend.
Dokter de Korte lachte niet. Hij keek heel ernstig in de oogjes van Igor, alsof hij probeerde daar iets te ontdekken wat van vitaal belang was.
Daarna kuchte hij.
Igor keek verschrikt naar zijn moeder. Zo'n harde kuch had hij nog nooit van zo dichtbij gehoord.
'Het is toch wel goed met hem, dokter?' vroeg Dora bezorgd.
'Laat ik het zo zeggen, mevrouw, hij is er een stuk beter aan toe, maar...'
Hij kuchte weer.
'Maar dit kindje zal, als het blijft leven... àls het blijft leven... niet een normaal kindje zijn, mevrouw... Het zal altijd... gehandicapt blijven...'
Hij speelde wat met de vingertjes van Igor, om zich een houding te geven. De man zag er zo hulpeloos uit met dat kleine jochie op zijn grote schoot, dat Dora spontaan in tranen uitbarstte. Igor schrok van de vreemde geluiden die z'n moeder opeens maakte. Hij schopte met z'n beentjes naar de dokter, die Igor gauw aan z'n moeder teruggaf. Dora pakte Igor gretig aan, knuffelde hem en keek met betraande ogen naar zijn halfdichte Chinezen-oogjes. Tussen twee snikken door zei ze met een ongelovig gezicht:
'Maar hij heeft al tegen me gelachen en hij groeit nou toch?'
'Dat zegt niks, mevrouw, hij is gehandicapt...'