deel 4
'Moet je nou eens kijken!' riep een mevrouw op straat naar een andere mevrouw. Ze staarden zonder enige schaamte in een kinderwagen, waarin een klein kindje onder een wollen dekentje lag. De oogjes zaten nog halfdicht, het had opvallend grote oren en een groot, eivormig hoofd met hele dunne, lichtblonde haartjes erop. De vrouwen keken elkaar hoofdschuddend aan, zonder acht te slaan op de persoon die achter de kinderwagen liep. Dat was Dora Florian, die niet goed wist waar ze kijken moest bij zoveel ongevraagde belangstelling. Het was de eerste keer dat ze buiten wandelde met haar pasgeboren zoontje Igor.
Ze keek naar de vrouwen met een half verontschuldigende, half beschuldigende blik, maar durfde niets tegen ze te zeggen, ook al voelde ze zich aangevallen. Die vrouwen deden dat niet met opzet. Die wisten gewoon niet beter. Die hadden helemaal niet in de gaten hoe diep ze Dora kwetsten met hun opmerkingen en hun gestaar. Ze wierpen haar een paar medelijdende blikken toe en liepen daarna gezellig gearmd en druk met elkaar kletsend door, zonder verder nog iets tegen haar te zeggen.
Dora liep ook door. Het was een zonnige dag. Opgewekt was ze naar buiten gegaan, vol nieuwe energie na de bevalling van Igor en de moeilijke tijd daarna, toen Igor op het randje van de dood balanceerde. Wekenlang was hij ziek geweest. Niemand dacht dat hij het zou halen, maar hij was blijven leven en Dora was daar heel dankbaar voor. Dat kon niemand van haar af nemen.
'Waar bemoeit u zich mee!' had ze tegen die vrouwen moeten zeggen. 'Hoepel op en laat ons met rust!'
Het was toch haar kindje? Maar ze durfde nooit iets terug te zeggen. Dat was vroeger al zo, op school, als ze geplaagd werd. Gekke Dora, gekke Dora... Ze hoorde het gejouw van de kinderen nog in haar hoofd.
Ze duwde de kinderwagen voor zich uit, de Lange IJzeren Brug op. Het water van de Nieuwe Haven glinsterde schitterend in de warme ochtendzon. De vele kleurige bootjes lagen te dobberen in het water. Ze hield ervan daarnaar te kijken. Het was zo rustgevend en zo mooi. De brug ging steil omhoog en daarna meteen weer omlaag. Ze moest de kinderwagen goed vasthouden, om niet op een holletje naar beneden te glijden. Gek gezicht zou dat zijn. Ze moest even glimlachen bij die gedachte. Igor bleef diep in slaap verzonken.
Slaap jij maar, lieve schat, rust maar lekker uit van alles, mamma zorgt wel voor je, dacht Dora vertederd. Igor was haar eerste kindje en ze was er zo blij mee als iemand maar kon zijn.