Hoofdstuk 1 Igor
deel 2
Kinderen deden dat ook, maar die kon ik het niet kwalijk nemen. Die wisten niet beter. Maar die grote mensen hadden toch kunnen weten hoe kwetsend het voor iemand is om zo bekeken te worden.
Hier in de inrichting heb ik daar gelukkig nooit last van. Hier heeft iedereen zijn eigen afwijkingen en wordt er niet zo op je gelet. Wat dat betreft is het veel beter voor mij om hier te wonen. Maar toen ik uit huis moest, vond ik het afschuwelijk. Ik voelde me helemaal verstoten door mamma, pappa, Laura en Paula, mijn twee kleine zusjes. Ik hield heel veel van hen en zij ook van mij. Daarom snapte ik niet dat ik weg moest.
Ik zat op school en leerde daar schrijven en lezen. Ik schreef hele schriften vol met letters. Een hele bladzij met de a, een heel blad vol met b's en zo ging ik alle letters af. Ik vond het leuk om ze zo goed mogelijk na te tekenen. Ik hield van tekenen. Of ik ooit echt had leren lezen, weet ik niet, want opeens ging ik van school af. Ik kon alleen nog maar kleine woordjes lezen.
Ik was al een paar keer thuisgebracht door een aardige politieagent in een snelle auto, toen ik er weer op de step vandoor was gegaan. En ik was een keer aangereden door een motor, toen ik zonder te kijken de straat waarin ik woonde, was overgestoken. Dat moet je nooit doen natuurlijk.
Ik had een dikke enkel met een akelige wond waar allemaal bloed uit kwam. Het deed veel pijn. Mamma was erg geschrokken, zag ik. Ze keek heel bezorgd. Ik wilde haar troosten, maar ze ging opeens gillen en schreeuwen. Niet naar mij, maar naar het plafond van onze huiskamer. Ik werd er bang van. Wat moest ik doen? Er was verder niemand die kon helpen. Ik bleef dus maar zo stil mogelijk op de bank zitten. Ik kon trouwens niet eens op die voet staan. Mamma hield langzamerhand op met gillen en zei tegen me dat ze verband ging pakken. Ze wikkelde mijn voet helemaal in mooi wit verbandgaas. Ik was er heel trots op. Moest er steeds naar kijken. Het deed nog pijn, maar dat was wel uit te houden.
Ik kon een paar dagen niet naar school. Erg vond ik dat niet. Ik vond het heerlijk om thuis bij mamma te zijn. Het liefst hielp ik haar met het huishouden, maar nu moest ik stil blijven zitten met mijn voet. Moeilijk vond ik dat. Ik kreeg van mamma een stapel tijdschriften en een schaar. Dan kon ik leuke plaatjes uitknippen. Van auto's bijvoorbeeld. Pappa, mijn vader, had net een auto gekocht in die tijd. Die noemden ze een lelijke eend, maar wij vonden hem allemaal juist heel mooi. Foto's van baby's en kleine kinderen knipte ik ook uit. Ik was gek op mijn kleine zusjes Laura en Paula. Ik hield ook van strijkplanken, fornuizen en fluitketels, ik hield van alles wat met het huishouden te maken had en met eten en drinken. Dat doe ik nu nog. Ik heb er alleen nu veel meer handigheid in gekregen. Toen ik klein was, liet ik vaak iets kapot vallen als ik mamma hielp met afdrogen. Nu doe ik alles veel rustiger. Ik ben ten slotte al vijf en veertig!
Toen mijn voet beter was en ik er weer op mocht staan en mee kon lopen, ging ik nog een poosje naar school, maar op een dag gingen we in de eend rijden. Pappa, mamma, Laura, Paula en ik. Het werd een lange tocht. Eerst reden we de stad uit, door lange straten vol huizen met rode daken en kleine voortuintjes. Daarna kwamen we op een eentonige weg met grijze huizen aan beide kanten die er allemaal hetzelfde uitzagen, met grijze daken, grijze stenen, grijze deuren en grijze ramen. Mamma zei dat daarin militairen met hun gezinnen woonden. Laura zei dat het wel gevangenissen leken. Ik had medelijden met de mensen in die huizen. De weilanden erna waren heel wat mooier om naar te kijken.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten