vrijdag 8 mei 2015

Moet je nou eens kijken!

In augustus 1995 legde ik de laatste hand aan een korte roman over mijn broer Rogier. 112 pagina's telt het manuscript, wat ik toen nog op een kleine Apple Classic computer uittypte. Ik liet het aan mijn familie en naaste vrienden lezen en ook aan Rogier's verzorgers. De reacties waren positief. Er waren zelfs mensen bij die het ontroerend vonden. Ook stuurde ik het naar een uitgeverij, welke weet ik niet meer, maar na een eerste afwijzing had ik niet de moed om door te gaan met versturen.
Ik heb het onlangs weer gelezen en kreeg het idee om het hier op internet te zetten door middel van een blog. Op die manier kunnen meer mensen het lezen en kan ik het herschrijven waar ik dat nodig vind.

Moet je nou eens kijken!

Voor Rogier


 
Hoofdstuk 1 Igor 

deel 1

Ik heb nooit kunnen praten en dat zal ik ook nooit kunnen. Voor een mens is dat heel vreemd, want de meeste mensen kunnen wel praten. Dat zie ik dagelijks om mij heen. Waarom ik het niet kan, weet ik niet precies. Ik heb wel eens iemand horen zeggen dat ik een hersenbeschadiging heb, maar dat zegt me niet zoveel.

Ik kan ook niet lezen en schrijven. Ik heb er wel les in gehad, maar ik kan niet zo lang met hetzelfde bezig zijn. De enige manier waarop ik iets kan vertellen, is door geluiden te maken, dingen aan te wijzen en mensen aan te raken als ik ze lief vind. De geluiden die ik maak, klinken vaak heel hard, een beetje zoals een brandweersirene. Dat komt omdat ik meestal heel enthousiast ben als ik geluid maak. Mensen die mij nog niet kennen, schrikken daar in het begin van, maar ze wennen er gauw aan.
Niet iedereen snapt altijd wat ik wil zeggen. Dat is soms heel lastig. Ik heb wel gebarentaal geleerd, maar dat durf ik alleen als ik met mamma samen ben. Niet als er meer mensen bij zijn. Dan word ik verlegen. Ik vind het niet prettig als er naar me gekeken wordt. Ze lachen je hier zo uit, als je niet uitkijkt. Ze zijn echt niet allemaal even aardig hier, hoor!
De meeste jongens kunnen wel praten. Niet dat het altijd zo bijzonder is wat er uit hun mond komt! Ik denk vaak dat ik heel wat meer te vertellen zou hebben dan zij, als ik kon praten. Je hebt erbij, die zitten alleen maar onzin te kletsen. Of ze herhalen alles steeds maar weer. Gek word je er soms van. Met die praatjes hoef ik tenminste niet mee te doen. Dat is een voordeel als je niet kunt praten. En als ik ergens geen zin in heb, doe ik vaak alsof ik iets niet hoor of begrijp. Ook heel handig!
Ik ben nu vijf en veertig. Op mijn elfde ben ik door mijn ouders definitief naar een inrichting gebracht. aha werd te lastig om mij thuis te hebben. Ik liep vaak weg. Dan pakte ik de step van mijn kleine zusje en stepte ik de hele straat uit. Heerlijk vond ik dat. Het was een hele lange straat met overal huizen. Ik dacht er niet bij na dat mijn moeder ongerust zou worden. Ik stepte helemaal naar een straat waar gebouwd werd. Daar kon ik uren naar kijken. Er waren altijd mensen die vroegen waar ik woonde. Soms kreeg ik een snoepje van iemand. Het enige vervelende was dat er altijd mensen naar me stonden te staren, zonder iets te zeggen. Ze keken alleen maar, alsof ze zeggen wilden: 'Wat ben jij voor raar type!'
Als ze samen waren, stootten ze elkaar aan en begonnen ze te fluisteren. Ze dachten zeker dat ik ze niet in de gaten had, maar ik zie alles, ook al zitten mijn ogen half dicht, alsof ik een Chinees ben.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten