vrijdag 21 juli 2017

Hoofdstuk 2 Moet je nou eens kijken!
deel 13

Simon kwam beneden. Hij zoende haar.
'Igor ligt in z'n bedje,' zei hij trots.
'Fijn,' zei Dora.
'Het is zo'n schat,' zei Simon. 'Hij ging liggen en sliep meteen.'
'Ja,' zei Dora.
Ze schepten op met tranen in hun ogen.
'Het valt vast wel mee,' zei Simon flink.
'Ja,' zei Dora.
Ze aten de aardappeltjes, het vlees en de boontjes langzaam op. Ze keken ernstig en zorgzaam naar elkaar.
'Lieverd,' zei Simon, 'ik hou van je, vergeet dat niet.'
'Ik hou ook van jou,' zei Dora, terwijl ze de borden afruimde. 'Wil je nog koffie?'
'Nee, ik ga even bij de Korte langs om hem nog wat dingen te vragen,' zei Simon.
'Ja, dat is goed, lieverd,' zei Dora. 'Ga jij maar even bij hem langs. Misschien krijg je wat meer van hem te horen.'
Ze waste en droogde af en ging daarna zitten breien aan een trui voor Simon. Ze breide veel truien in die tijd. Lekker met haar voeten op de kachel. De televisie was nog in het stadium van sporadische testuitzendingen en de telefoon gebruikten ze alleen voor noodgevallen. Ze luisterden af en toe wel eens naar de radio, maar Doortje hield ook erg van stilte.
Ze breide een uur achter elkaar helemaal in trance verder aan die trui. Toen hoorde ze de voordeur in het slot vallen. Simon was weer thuis.
'En, wat zei die?' vroeg ze meteen toen hij binnen kwam.
'Nou ja, dat Igor gehandicapt is, geen normaal kindje, verder niks. We moeten het laten onderzoeken, zei die. Hij had niet zoveel tijd.'
Simon zag er een beetje ontdaan uit.
'Nou weten we nog niks,' zei hij met een trillende stem.
Dora legde haar breiwerk weg, pakte zijn hand en streelde die zachtjes. Simon boog z'n hoofd en legde het op haar borst neer. Hij zuchtte diep en liet toen zijn tranen vrijelijk stromen. Dora hield hem in haar armen als een klein kind en zelf huilde ze ook een partijtje mee. Het werd een hele natte boel en toen ze uitgehuild waren, moesten ze wel een beetje lachen om elkaars behuilde gezichten. Maar ze waren samen en dat was het enige wat telde...

De volgende dag ging Simon niet naar z'n werk. Hij lag maar een beetje te huilen in zijn lange rotanstoel, met een warme, grijze trui aan die Dora zelf met een grote pennenstreek had gebreid voor hem. Dora bracht kopjes thee en beschuitjes.
Hij keek haar aan met een blik van 'Wat moet ik hier?' Ze was bang dat hij haar alsnog zou beschuldigen.
'Schat, ik vind het zo erg dat ik je zo'n kind heb geleverd,' zei ze zachtjes tegen hem, terwijl ze zijn trui streelde.
'Zo'n kind? Hoe bedoel je, zo'n kind?' vroeg hij verbaasd.
'Nou, Igor natuurlijk,' zei Dora.
'Waarom zeg je 'zo'n kind'? Dat klinkt zo... net alsof hij niet van ons is,' zei Simon een beetje geërgerd.
'Nee, dat bedoel ik niet. Ik bedoel dat hij gehandicapt is,' legde Dora uit.
'Gehandicapt, gehandicapt, ik geloof er helemaal niks van...' bromde Simon voor zich uit.
'Nou, dan geloof je het maar niet. Dokter de Korte zal toch niet zo maar wat gezegd hebben?'
Simon wilde verder niet meer praten. Hij ging liggen lezen en stak om de haverklap een nieuwe rode Bastos op, zijn merk sigaret. Dora liet hem maar met rust. Hij moest het allemaal op zijn manier verwerken.

Dora zag Simon de hele dag in die stoel hangen. Ze bracht hem te eten en te drinken en liet hem verder met rust. Eén keer keek hij haar aan alsof hij zeggen wilde:
'Wat doe jij hier? Je hebt m'n hele leven verpest. Ik wou dat ik nooit met je getrouwd was.'
Ze liep naar hem toe, zakte door haar knieën, legde haar hoofd op zijn borst, streelde zijn wollen trui en zuchtte diep. Wat moest ze zeggen? Dat het haar ook zo'n verdriet deed dat Igor...? Dat zij het liefst ook de hele dag in een stoel zou willen hangen en huilen? Wat zei je tegen elkaar in zo'n geval? Wat kon je zeggen?
Ze voelde zijn ademhaling onder haar oor op en neer gaan. Ze rook zijn vertrouwde sigarettenlucht vermengd met de geur van de wollen trui die ze zelf voor hem gebreid had.
'Je bent toch niet boos op me, hè?' vroeg ze zachtjes.
'Nee,' zei hij met een afwerende stem, terwijl hij haar afwezig door haar haren streelde.
'Maar wel een beetje hè?' zei ze weer.
'Nee hoor, hoe kan ik nou boos op je zijn?'
'Als je niet met me getrouwd was, had je nou lekker kunnen schilderen en met je vrienden op stap kunnen gaan. Dan was je vrij geweest en had je geen problemen gehad met een kind dat...'
Hij kreeg een kleur. Ze had zijn gedachten geraden. Niet voor het eerst. Hij kon nooit iets voor haar verborgen houden en hij wist niet of hij dat nou fijn moest vinden of niet.
Hij lachte verlegen.
Dora haalde haar hoofd van zijn borst en keek hem recht in zijn gezicht.
'Daar dacht je aan hè? Heb ik gelijk of niet?'
'Ja,' zei Simon met een verontschuldigend lachje. 'Je hebt gelijk.'

Hij zuchtte, voordat hij een nieuwe sigaret opstak. Hij inhaleerde de rook diep in z'n longen en blies langdurig uit alsof hij voor de tweede keer zuchtte.
Dora stond op, met pijnlijke knieën van het op haar hurken zitten naast Simon's stoel.
Nog maar een paar dagen geleden had hij gezegd:
'We zijn samen, dat is het belangrijkste.'
Ze hoorde het hem nog zeggen.
En nu? Nu waren ze allebei alleen met hun verdriet. Zo veranderlijk was alles. Dora ging maar weer wat doen. Zolang Simon in deze bui bleef, konden ze toch niet dichter bij elkaar komen. Het zou wel weer overgaan.

donderdag 20 juli 2017

Hoofdstuk 2 Moet je nou eens kijken!
deel 12

Een half uur later werd Dora met een schok wakker. Hoe laat was het? Ze had de was nog niet gedaan. En ze moest nog boodschappen doen voor vanavond! Haar hart voelde alsof het in duizend stukken was gebroken. Igor!
Ze stond stijf op uit de diepe stoel en liep naar de wieg. Daar lag hij te slapen met z'n grote hoofd en z'n lange armpjes. Ze moest hem eten geven. Er waren vast al twee uur voorbijgegaan. Daarna deed ze de was en hing het natte wasgoed in de grote eetkeuken op. Waarom had dokter de Korte nu pas verteld dat Igor gehandicapt was? Had hij dat niet eerder kunnen doen? Er was een enorme domper op haar blijheid en trots gekomen. Terwijl ze niet eens precies wist wat 'gehandicapt' inhield en wat voor handicap Igor precies had. Ze was nooit met kleine kinderen omgegaan. Ze wist niet eens het verschil tussen normale en abnormale kinderen. 
Ze pakte Igor uit de wieg en legde hem in de kinderwagen. Hij kraaide naar haar. Ze lachte tegen hem en knuffelde hem een beetje.
'Dag lieverd, we gaan even naar buiten. Mamma moet wat boodschappen doen en daarna halen we pappa op van de boot,' zei Dora tegen Igor, die aandachtig lag te luisteren.
Ze stapte naar buiten. De wind was koud. Ze liep snel richting Lange IJzeren Brug. Ze was zich er nu van bewust dat ze met een 'gehandicapt' zoontje op straat liep. Wat zo'n woordje voor invloed had, was ongelofelijk! Zelf zag ze Igor niet als 'gehandicapt', het was de buitenwereld die hem zo bekeek. Voor haar was Igor haar lieve, eerste zoontje, dat gelukkig was blijven leven na een paar kritieke eerste weken. Hoe kon ze haar zoon als 'gehandicapt' bestempelen? Het was zo vreemd...
Ze dacht aan de vrouwen die ze gisteren tegen was gekomen. Alsof Igor een circusattractie was, een bezienswaardigheid, gemaakt om aangestaard te worden door mensen die geen gevoel hadden voor fatsoen. Waarom bestonden er zulke mensen op de wereld? Ze maakten alles zo moeilijk met hun kwetsende opmerkingen en hun onbeschaamde blikken. Ze hielden alles van hun medemensen in de gaten, maar zeiden nooit direct iets tegen je. Roddelen was hun tweede natuur en ze hadden het zelf niet eens in de gaten.
'Een pond sperziebonen en een kilo goudrenetten', bestelde Dora bij de groenteboer.

Aan het eind van de middag, nadat ze boodschappen had gedaan, gestofzuigd, wastafels schoongemaakt en thee had gedronken, deed ze Igor weer in de kinderwagen en liep ze langs het Groothoofd naar de Merwekade om Simon van de pont op te halen. Haar hart klopte luid in haar keel toen ze de boot aan zag komen. Ze zag er tegenop om het slechte nieuws aan Simon te vertellen. Het leek net alsof het allemaal haar schuld was, alsof zij hem een gemene streek had geleverd. 

'Hé, ken u niet uitkijken?' riep een woedende man op een voorbijscheurende bromfiets.
Dora was in haar zenuwen zomaar de kade overgestoken, zonder naar links of naar rechts te kijken. Ze was helemaal gefixeerd op die boot die steeds dichterbij kwam. Waar Simon op stond. Die ze moest vertellen dat...

Een harde dreun weerklonk. De veerpont was aangekomen. Er kwamen voornamelijk mannen van de pont af.
Zouden die allemaal bij de belastingdienst werken?
Ze kneep haar ogen wat dicht om Simon beter te kunnen zien. Ze moest eigenlijk een bril dragen, maar uit ijdelheid had ze die vaker af dan op. Daardoor zag ze Simon pas toen hij een paar meter voor haar neus stond. Glimlachend.
'Hallo, je lijkt wel een Chineesje met die spleetogen van je,' zei hij plagerig terwijl hij een zoen op haar wang gaf. 'Ben je je bril vergeten?'
Dora's ogen schoten meteen vol tranen. Haar mond begon te trillen en ze draaide haar hoofd om, zodat Simon niet zou zien hoe ze zich voelde. Maar hij had het al gezien.
'Wat is er, is er iets niet goed?' vroeg hij bezorgd en streek met z'n arm over haar rug. Hij boog zich voorover om naar zijn zoon te kijken, die alweer diep in slaap was.
'Het is... Igor...' zei Dora beverig, terwijl de tranen over haar wangen gleden. 'Er is iets niet goed...'
Ze slikte moeilijk en haar mond trilde helemaal.
Voorbijgangers keken nieuwsgierig naar het jonge stel met de kinderwagen. Wat zou er met die huilende vrouw aan de hand zijn, hoorde je ze denken.
'Wat is er met Igor? Hij slaapt toch gewoon?' vroeg Simon ongerust.
'Dokter de Korte kwam vanmorgen... Igor is...'
Ze slikte en veegde de tranen van haar wangen.
'...ge-hen-di-kept!'
Ze barstte in een oorverdovend gejammer uit.
Simon keek verlegen om zich heen. Voorbijgangers keken hem beschuldigend aan, alsof hij haar geslagen had. Hij legde z'n armen om haar heen en probeer haar wat tot bedaren te brengen. Hij sprak sussende woorden en zei dat het allemaal wel mee zou vallen.
Dora legde haar hoofd tegen zijn schouder en werd door het zachte heen en weer bewegen van Simon wat rustiger. Hij streelde haar haren en sprak lieve woordjes in haar oor. Ondertussen vroeg hij zich af wat voor handicap Igor zou hebben.
'Ik ga vanavond wel even met dokter de Korte praten,' zei hij troostend tegen zijn vrouw. Dora snoot haar neus in zijn zakdoek.
'Ja, dat is goed,' bibberde ze nog een beetje na.
Een diepe zucht ontsnapte aan haar mond. Ze voelde zich erg opgelucht. Simon was zo'n lieve man. Hoe had ze kunnen denken dat hij haar zou beschuldigen? Dat kwam niet eens in zijn hoofd op.
Ze liepen samen naar huis. Simon met z'n arm om Dora heen.
'Hoe zie ik er uit? Kun je zien dat ik gehuild heb?' vroeg Dora.
'Er is niks meer van te zien, lieverd, je bent weer net zo mooi als altijd,' antwoordde Simon opgewekt.
'Hoe was het op je werk?'
'Het ging wel. Ik hoefde niet veel te doen, heb zitten tekenen.'
'Heb je het bij je?'
'Nee, het is nog niet af. Zei dokter de Korte verder nog iets?
'Nee, eigenlijk niet. Als we meer willen weten, moeten we Igor in het ziekenhuis laten onderzoeken.'
'Verdomme, die vent ook. Had hij dat niet eerder kunnen zeggen? Misschien vergist hij zich wel.'
'Ja, misschien wel.'

Ze liepen samen de lange, hoge gang van hun huis binnen.
'Hé, ouwe reus, ben je daar weer?' zei Simon toen Igor z'n oogjes opsloeg.
Hoe kan zo'n lief jochie nou gehandicapt zijn, vroeg hij zich af. Wat zou er mis zijn en hoe was dat gebeurd?
Hij speelde met Igor's kleine vingertjes, hield hem hoog boven z'n hoofd en stootte wat vervaarlijk grommende geluiden uit. Igor gilde het uit van plezier. Hij hield van die aap-imitaties van zijn vader. Dora ook. Alles werd licht als hij zo gek deed. Niks deed er meer toe, behalve dat ze samen waren. Al het andere was niet belangrijk meer.
'Ah, grote aapmoeder! Wat krijgt de grote aapvader vanavond te eten? Lekkere bananen?' riep Simon met een lage bromstem terwijl hij Igor door de lucht liet zweven.
'Gewoon aardappelen, vlees en boontjes, grote aapvader, niets bijzonders,' zei Dora lachend.
'Oh, maar boontjes wil de grote aapvader graag, want de grote aapvader heeft een ont-zet-ten-de trek!'
Igor had grote pret.
'Uh, uh,' klonken zijn geluidjes af en toe.
'Hij probeert al wat te zeggen, geloof ik,' zei Simon tegen Dora, die nu in de keuken met het eten bezig was.
'Zal ik hem in bed leggen?'
'Ja, graag, dan kunnen we over tien minuten eten,' zei Dora.
'Dan gaat de grote aapvader de grote aapzoon nu in zijn grote apenbed leggen!' riep Simon naar Igor, die helemaal rood zag van het lachen.
'Zeg maar dag tegen de grote aapmoeder!'
Hij verdween met Igor op z'n arm richting trap naar boven.
Dora prikte in de aardappelen die bijna gaar waren. Ze dekte de tafel en maakte wat jus van het vleesnat. Ze aten altijd erg simpel in die tijd.

woensdag 19 juli 2017

Hoofdstuk 2 Moet je nou eens kijken!
deel 11

'Wat is er dan niet goed met hem?'
'Dat kan ik niet zeggen. Daarvoor zult u hem moeten laten onderzoeken in het ziekenhuis.'
Dora luisterde maar met een half oor naar de dokter. Ze keek naar Igor en de woorden 'gehandicapt' en 'niet een normaal kindje' echoden voortdurend door haar hoofd. Ze kon het niet geloven. Zij had een gehandicapt kindje! Het kon niet. Het was onmogelijk. Die dokter kon wel zo veel zeggen! Hoe wist hij dat eigenlijk? Maar je stelde geen vragen aan een dokter. Wat een dokter zei, was wet.
'Mamma moet even haar neus snuiten, lieverd,' zei Dora tegen Igor en legde hem terug in de wieg. Ze ging naar de wc. Toen ze terugkwam, was de dokter opgestaan en stond een beetje te dralen. Hij wist zich met deze situatie helemaal geen raad.
'Ik vind het heel naar dat ik u dit moest vertellen,' zei hij. 'Net op het moment dat u dacht dat het beter met hem ging. Ik kan u alleen maar veel sterkte toewensen.'
Hij schudde Dora de hand en liep met grote passen de kamer uit, alsof hij schuldig was aan het gehandicapt zijn van Igor en zich gauw uit de voeten wilde maken. Dora liep achter hem aan om de deur voor hem open te maken. Een vleug frisse wind waaide in haar gezicht.
'U kunt gewoon doorgaan met de melkvoeding elke twee uur. Ik kom overmorgen weer langs. Dag mevrouw, veel sterkte.'
'Dag dokter,' zei ze met een omfloerste stem.
Ze zag hem weglopen langs de Nieuwe Haven en keek naar de kleurige bootjes die voor hun huis in het water lagen, naar de in de wind bewegende toppen van de bomen...
Met een zucht deed ze de voordeur dicht. Verpletterd voelde ze zich. Ze kon wel eeuwig slapen, zo moe was ze opeens. Igor lag in de wieg met z'n beentjes te trappelen. Hij wist nergens van. Simon op het belastingkantoor wist het ook nog niet. Niemand wist het, behalve zij en de dokter. De wereld draaide gewoon verder. Ze ging in de grote rotanstoel zitten, waarin Simon altijd zat, sloot haar ogen en viel in slaap.

De wereld gaat altijd verder. Wat er ook gebeurt. De bomen waaien in de wind, de vogels zweven door de lucht, de wolken trekken langs, een vrouw gaat boodschappen doen, er wordt getimmerd in een huis, de radio speelt pianomuziek, een poes ligt te slapen op een stoel, een vliegtuig ronkt in de verte, het portier van een auto slaat dicht, er is altijd leven in de wereld.
Als de wereld in elkaar zou storten, elke keer als er iets verdrietigs of verschrikkelijks of afschuwelijks gebeurde, dan was er helemaal geen wereld meer. Alleen nog maar scherven en tranen en gebroken harten.

Daar zat Dora Florian te slapen. Helemaal van de wereld. Haar gezicht ontspande zich steeds meer. Op het laatst hing haar mond half open en gleed er wat vocht langs één van haar mondhoeken omlaag. Ze zag er onschuldig en meisjesachtig uit. Igor lag in de wieg naar zijn piepkleine teentjes in de lucht te kijken en te lachen. Na een poosje viel hij ook in slaap. Een heerlijke stilte nam bezit van de woonkamer.