Hoofdstuk 2 Moet je nou eens kijken!
deel 12
Een half uur later werd Dora met een schok wakker. Hoe laat was het? Ze had de was nog niet gedaan. En ze moest nog boodschappen doen voor vanavond! Haar hart voelde alsof het in duizend stukken was gebroken. Igor!
Ze stond stijf op uit de diepe stoel en liep naar de wieg. Daar lag hij te slapen met z'n grote hoofd en z'n lange armpjes. Ze moest hem eten geven. Er waren vast al twee uur voorbijgegaan. Daarna deed ze de was en hing het natte wasgoed in de grote eetkeuken op. Waarom had dokter de Korte nu pas verteld dat Igor gehandicapt was? Had hij dat niet eerder kunnen doen? Er was een enorme domper op haar blijheid en trots gekomen. Terwijl ze niet eens precies wist wat 'gehandicapt' inhield en wat voor handicap Igor precies had. Ze was nooit met kleine kinderen omgegaan. Ze wist niet eens het verschil tussen normale en abnormale kinderen.
Ze pakte Igor uit de wieg en legde hem in de kinderwagen. Hij kraaide naar haar. Ze lachte tegen hem en knuffelde hem een beetje.
'Dag lieverd, we gaan even naar buiten. Mamma moet wat boodschappen doen en daarna halen we pappa op van de boot,' zei Dora tegen Igor, die aandachtig lag te luisteren.
Ze stapte naar buiten. De wind was koud. Ze liep snel richting Lange IJzeren Brug. Ze was zich er nu van bewust dat ze met een 'gehandicapt' zoontje op straat liep. Wat zo'n woordje voor invloed had, was ongelofelijk! Zelf zag ze Igor niet als 'gehandicapt', het was de buitenwereld die hem zo bekeek. Voor haar was Igor haar lieve, eerste zoontje, dat gelukkig was blijven leven na een paar kritieke eerste weken. Hoe kon ze haar zoon als 'gehandicapt' bestempelen? Het was zo vreemd...
Ze dacht aan de vrouwen die ze gisteren tegen was gekomen. Alsof Igor een circusattractie was, een bezienswaardigheid, gemaakt om aangestaard te worden door mensen die geen gevoel hadden voor fatsoen. Waarom bestonden er zulke mensen op de wereld? Ze maakten alles zo moeilijk met hun kwetsende opmerkingen en hun onbeschaamde blikken. Ze hielden alles van hun medemensen in de gaten, maar zeiden nooit direct iets tegen je. Roddelen was hun tweede natuur en ze hadden het zelf niet eens in de gaten.
'Een pond sperziebonen en een kilo goudrenetten', bestelde Dora bij de groenteboer.
Aan het eind van de middag, nadat ze boodschappen had gedaan, gestofzuigd, wastafels schoongemaakt en thee had gedronken, deed ze Igor weer in de kinderwagen en liep ze langs het Groothoofd naar de Merwekade om Simon van de pont op te halen. Haar hart klopte luid in haar keel toen ze de boot aan zag komen. Ze zag er tegenop om het slechte nieuws aan Simon te vertellen. Het leek net alsof het allemaal haar schuld was, alsof zij hem een gemene streek had geleverd.
'Hé, ken u niet uitkijken?' riep een woedende man op een voorbijscheurende bromfiets.
Dora was in haar zenuwen zomaar de kade overgestoken, zonder naar links of naar rechts te kijken. Ze was helemaal gefixeerd op die boot die steeds dichterbij kwam. Waar Simon op stond. Die ze moest vertellen dat...
Een harde dreun weerklonk. De veerpont was aangekomen. Er kwamen voornamelijk mannen van de pont af.
Zouden die allemaal bij de belastingdienst werken?
Ze kneep haar ogen wat dicht om Simon beter te kunnen zien. Ze moest eigenlijk een bril dragen, maar uit ijdelheid had ze die vaker af dan op. Daardoor zag ze Simon pas toen hij een paar meter voor haar neus stond. Glimlachend.
'Hallo, je lijkt wel een Chineesje met die spleetogen van je,' zei hij plagerig terwijl hij een zoen op haar wang gaf. 'Ben je je bril vergeten?'
Dora's ogen schoten meteen vol tranen. Haar mond begon te trillen en ze draaide haar hoofd om, zodat Simon niet zou zien hoe ze zich voelde. Maar hij had het al gezien.
'Wat is er, is er iets niet goed?' vroeg hij bezorgd en streek met z'n arm over haar rug. Hij boog zich voorover om naar zijn zoon te kijken, die alweer diep in slaap was.
'Het is... Igor...' zei Dora beverig, terwijl de tranen over haar wangen gleden. 'Er is iets niet goed...'
Ze slikte moeilijk en haar mond trilde helemaal.
Voorbijgangers keken nieuwsgierig naar het jonge stel met de kinderwagen. Wat zou er met die huilende vrouw aan de hand zijn, hoorde je ze denken.
'Wat is er met Igor? Hij slaapt toch gewoon?' vroeg Simon ongerust.
'Dokter de Korte kwam vanmorgen... Igor is...'
Ze slikte en veegde de tranen van haar wangen.
'...ge-hen-di-kept!'
Ze barstte in een oorverdovend gejammer uit.
Simon keek verlegen om zich heen. Voorbijgangers keken hem beschuldigend aan, alsof hij haar geslagen had. Hij legde z'n armen om haar heen en probeer haar wat tot bedaren te brengen. Hij sprak sussende woorden en zei dat het allemaal wel mee zou vallen.
Dora legde haar hoofd tegen zijn schouder en werd door het zachte heen en weer bewegen van Simon wat rustiger. Hij streelde haar haren en sprak lieve woordjes in haar oor. Ondertussen vroeg hij zich af wat voor handicap Igor zou hebben.
'Ik ga vanavond wel even met dokter de Korte praten,' zei hij troostend tegen zijn vrouw. Dora snoot haar neus in zijn zakdoek.
'Ja, dat is goed,' bibberde ze nog een beetje na.
Een diepe zucht ontsnapte aan haar mond. Ze voelde zich erg opgelucht. Simon was zo'n lieve man. Hoe had ze kunnen denken dat hij haar zou beschuldigen? Dat kwam niet eens in zijn hoofd op.
Ze liepen samen naar huis. Simon met z'n arm om Dora heen.
'Hoe zie ik er uit? Kun je zien dat ik gehuild heb?' vroeg Dora.
'Er is niks meer van te zien, lieverd, je bent weer net zo mooi als altijd,' antwoordde Simon opgewekt.
'Hoe was het op je werk?'
'Het ging wel. Ik hoefde niet veel te doen, heb zitten tekenen.'
'Heb je het bij je?'
'Nee, het is nog niet af. Zei dokter de Korte verder nog iets?
'Nee, eigenlijk niet. Als we meer willen weten, moeten we Igor in het ziekenhuis laten onderzoeken.'
'Verdomme, die vent ook. Had hij dat niet eerder kunnen zeggen? Misschien vergist hij zich wel.'
'Ja, misschien wel.'
Ze liepen samen de lange, hoge gang van hun huis binnen.
'Hé, ouwe reus, ben je daar weer?' zei Simon toen Igor z'n oogjes opsloeg.
Hoe kan zo'n lief jochie nou gehandicapt zijn, vroeg hij zich af. Wat zou er mis zijn en hoe was dat gebeurd?
Hij speelde met Igor's kleine vingertjes, hield hem hoog boven z'n hoofd en stootte wat vervaarlijk grommende geluiden uit. Igor gilde het uit van plezier. Hij hield van die aap-imitaties van zijn vader. Dora ook. Alles werd licht als hij zo gek deed. Niks deed er meer toe, behalve dat ze samen waren. Al het andere was niet belangrijk meer.
'Ah, grote aapmoeder! Wat krijgt de grote aapvader vanavond te eten? Lekkere bananen?' riep Simon met een lage bromstem terwijl hij Igor door de lucht liet zweven.
'Gewoon aardappelen, vlees en boontjes, grote aapvader, niets bijzonders,' zei Dora lachend.
'Oh, maar boontjes wil de grote aapvader graag, want de grote aapvader heeft een ont-zet-ten-de trek!'
Igor had grote pret.
'Uh, uh,' klonken zijn geluidjes af en toe.
'Hij probeert al wat te zeggen, geloof ik,' zei Simon tegen Dora, die nu in de keuken met het eten bezig was.
'Zal ik hem in bed leggen?'
'Ja, graag, dan kunnen we over tien minuten eten,' zei Dora.
'Dan gaat de grote aapvader de grote aapzoon nu in zijn grote apenbed leggen!' riep Simon naar Igor, die helemaal rood zag van het lachen.
'Zeg maar dag tegen de grote aapmoeder!'
Hij verdween met Igor op z'n arm richting trap naar boven.
Dora prikte in de aardappelen die bijna gaar waren. Ze dekte de tafel en maakte wat jus van het vleesnat. Ze aten altijd erg simpel in die tijd.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten